Nieuws

Subsidies

Subsidie extensivering melkveehouderij (SEM)1 juni open

Over dit artikel

De ‘Subsidieregeling extensivering melkveehouderij’ (Sem)

De ‘Subsidieregeling extensivering melkveehouderij’ (Sem) is onlangs gepubliceerd. Bedrijven kunnen vanaf 1 juni tot en met 29 juli een aanvraag indienen. Deze worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Bedrijven kunnen subsidie krijgen voor de reductie van het aantal melk- en kalfkoeien. Er moeten gedurende drie (project)jaren minimaal 10% minder melk- en kalfkoeien worden gehouden ten opzichte van het referentieaantal. Dit is het gemiddelde aantal van 2025 of, indien lager, het aantal op 1 april 2026. De vergoeding bedraagt € 1.606 per minder gehouden koe per jaar en € 110 per ingeleverd fosfaatrecht. De vergoeding is gemaximeerd tot en met 20% krimp en € 400.000 per bedrijf.

Doel van de subsidie

Het doel van de Sem is het structureel verminderen van de emissies van broeikasgassen en ammoniak. Een belangrijk neveneffect is ook dat de mestproductie afneemt.

De subsidie is bedoeld voor melkveebedrijven die, gedurende tenminste drie jaar, extensiveren door 10 tot 20% minder melk- en kalfkoeien te houden en bijbehorende fosfaatrechten te laten vervallen.

Na de drie jaren mogen bedrijven weer meer koeien gaan houden of de extensivering (zonder vergoeding) voortzetten. Het is ook mogelijk dat de extensivering een stap is naar bedrijfsbeëindiging.

Hoogte subsidie

De subsidie bestaat uit twee onderdelen:

· Een jaarlijkse vergoeding, gedurende drie jaar, van € 1.606 per melkkoe voor de gemiste inkomsten.

· Een eenmalige vergoeding voor de vervallen fosfaatrechten van € 110 per kg fosfaat.

Bedrijven kunnen subsidie ontvangen voor de afvoer van maximaal 20% van de melk- en kalfkoeien en het laten vervallen van de daarbij behorende fosfaatrechten. De maximale subsidie bedraagt € 400.000 per bedrijf.

De uitbetaling van de subsidie vindt plaats in delen. Een eerste voorschot van 30% wordt binnen acht weken na het vervallen van de fosfaatrechten uitbetaald. Uiterlijk 1 november 2027 en 2028 wordt nogmaals een voorschot overeenkomend met 30% van het totale bedrag uitbetaald. Uiterlijk 16 weken na afloop van de drie jaren wordt de subsidie definitief vastgesteld. Binnen twee weken daarna wordt de laatste 10% uitbetaald.

Het totale budget bedraagt € 615,7 miljoen. Er wordt een afname beoogd van 64.000 melk- en kalfkoeien waardoor naar verwachting 2.700 tot 5.400 bedrijven kunnen deelnemen. Dit komt uit op gemiddeld € 9.620 per koe.

Niet combineren

Bedrijven die extensiveringsmaatregelen (gaan) nemen in het kader van de ‘Subsidie Samenwerking in veenweiden en overgangsgebieden N2000’ kunnen niet ook deelnemen aan de Sem.

Bedrijfsbeëindiging tijdens looptijd

Een bedrijf dat deelneemt aan de Sem kan er ook tijdens de looptijd voor kiezen om het bedrijf te beëindigen. Vanaf dat moment is geen sprake meer van extensivering. De subsidie wordt dan lager vastgesteld dan eerder verleend. Op welke manier het subsidiebedrag in die gevallen wordt herberekend is nog niet duidelijk.

Als een bedrijf wil stoppen tijdens de looptijd van de subsidie is het verstandig om hierover vooraf contact op te nemen met RVO. De eventuele herberekening kan dan bedrijfsspecifiek in beeld worden gebracht.

Voorwaarden

Gedurende de looptijd van de subsidie (drie jaar) zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

· Afname aantal melk- en kalfkoeien.

· Inleveren fosfaatrechten.

· Geen toename overige graasdieren.

· Areaal grasland gelijk aan 2025.


Afname aantal melk- en kalfkoeien

Het gemiddeld aantal melk- en kalfkoeien moet jaarlijks minimaal 10% lager zijn ten opzichte van het referentieaantal. De afname waarvoor een vergoeding geldt is maximaal 20%. Een grotere afname is toegestaan maar hiervoor geldt geen vergoeding.

Referentieaantal

Standaard is het gemiddelde aantal van de aanwezige melk- en kalfkoeien in 2025 het referentieaantal. Echter, om te voorkomen dat veehouders subsidie ontvangen voor eventuele eerdere krimp, wordt het referentieaantal gebaseerd op 1 april 2026 indien het aantal melk- en kalfkoeien op dat moment lager ligt.

Inleveren fosfaatrechten

Het aantal fosfaatrechten dat moet worden ingeleverd is gelijk aan de afname van het aantal stuks melk- en kalfkoeien waarvoor subsidie wordt ontvangen. De fosfaatexcretie per melkkoe wordt gebaseerd op de gemiddelde melkproductie van het bedrijf in 2025. In het formulier kan aangegeven worden hoeveel fosfaatrechten in 2026 nog benut worden. Naar verwachting mogen alle door te halen rechten nog benut worden.

Aankoop/lease rechten toegestaan

Het is toegestaan om gedurende de subsidieperiode fosfaatrechten aan te kopen en te leasen. Hierdoor is het mogelijk om een eventuele melkproductiestijging per melkkoe op te vangen met extra fosfaatrechten. Uiteraard mag het aantal melk- en kalfkoeien gemiddeld niet groter zijn dan het opgegeven aantal.

Geen toename overige graasdieren

Het aantal overige graasdieren (inclusief jongvee) mag op het bedrijf niet toenemen ten opzichte van het gemiddelde aantal van 2025. Dit aantal wordt uitgedrukt in GVE, zie tabel 1. Het is wel toegestaan om te schuiven tussen de diersoorten zolang het totale aantal GVE niet wordt overschreden.



Areaal grasland gelijk aan 2025

De oppervlakte grasland is vanaf 2027 minimaal gelijk aan 2025. Het betreft grasland op landbouwgrond dat bemest mag worden met dierlijke mest. Daarnaast moet het gras bestemd zijn voor ruwvoer en minimaal van 15 mei tot en met 15 september worden geteeld. In feite komt dit overeen met het grasland dat meetelde voor de graslandeis van de derogatie. Uit antwoorden van RVO volgt dat in 2026 niet naar het areaal grasland wordt gekeken. Zodoende komen bedrijven die in 2026 grasland hebben omgezet toch voor subsidie in aanmerking.

Start 3-jaarstermijn en inleveren koeien en rechten

De 3-jaarstermijn waarin geëxtensiveerd moet worden start vanaf het moment dat de fosfaatrechten vervallen. Deze melding moet binnen vier weken na een positieve beslissing zijn gedaan. Binnen deze vier weken moeten ook voldoende koeien zijn afgevoerd waardoor het absolute aantal melk- en kalfkoeien op dat moment gelijk of lager is aan het aantal dat als beoogd gemiddelde is doorgegeven. Ditzelfde geldt voor de overige graasdieren uitgedrukt in GVE.

Projectjaar en kalenderjaar verschillende termijnen

Voor de subsidie mag het gemiddelde aantal melk- en kalfkoeien en GVE, in het ‘projectjaar’ niet hoger zijn dan de opgegeven aantallen. Het projectjaar start vanaf het moment dat de fosfaatrechten zijn vervallen. Daarnaast moet er per kalenderjaar beoordeeld worden of er voldoende fosfaatrechten zijn voor het gemiddeld aantal gehouden dieren per kalenderjaar. Hierdoor kunnen het gemiddeld aantal gehouden dieren per projectjaar en kalenderjaar van elkaar verschillen.


Aanvraag

De aanvraag kan vanaf 1 juni 9.00 uur tot en met 29 juli 17.00 uur worden ingediend via de site van RVO. Volledige aanvragen worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst.

Informatie bij aanvraag

Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden aangeleverd. De meeste gegevens zijn vooraf ingevuld:

  • Contactgegevens van de aanvrager.

  • Het aantal melk- en kalfkoeien gemiddeld over 2025 en op 1 april 2026.

  • Het aantal melk- en kalfkoeien dat gemiddeld na de vermindering zal worden gehouden.

  • Het aantal melk- en kalfkoeien dat na subsidieverlening moet worden afgevoerd om aan het ‘nieuwe’ gemiddelde te voldoen.

  • Het aantal benodigde fosfaatrechten in 2025.

  • De gegevens omtrent het areaal grasland.

  • Het gemiddelde aantal overige graasdieren in 2025 in GVE.


eHerkenning 3

Voor de aanvraag van de Sem is eHerkenning 3 nodig. Dit is een ‘hoger’ niveau dan benodigd voor onder andere de Gecombineerde opgave. Zonder eHerkenning niveau 3 is aanvragen niet mogelijk.


Na de aanvraag

RVO neemt de aanvraag in behandeling en zal, normaal gesproken, binnen acht weken met een verleningsbesluit komen. Binnen vier weken na het verleningsbesluit moet het bedrijf het afgesproken aantal fosfaatrechten laten vervallen. Daarnaast moet, binnen vier weken, ook het benodigde aantal melk- en kalfkoeien zijn afgevoerd.

Meer informatie Zie voor meer informatie de site van RVO.

 



 

Vragen?

Spreek een adviseur

Over dit artikel

De ‘Subsidieregeling extensivering melkveehouderij’ (Sem)

De ‘Subsidieregeling extensivering melkveehouderij’ (Sem) is onlangs gepubliceerd. Bedrijven kunnen vanaf 1 juni tot en met 29 juli een aanvraag indienen. Deze worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Bedrijven kunnen subsidie krijgen voor de reductie van het aantal melk- en kalfkoeien. Er moeten gedurende drie (project)jaren minimaal 10% minder melk- en kalfkoeien worden gehouden ten opzichte van het referentieaantal. Dit is het gemiddelde aantal van 2025 of, indien lager, het aantal op 1 april 2026. De vergoeding bedraagt € 1.606 per minder gehouden koe per jaar en € 110 per ingeleverd fosfaatrecht. De vergoeding is gemaximeerd tot en met 20% krimp en € 400.000 per bedrijf.

Doel van de subsidie

Het doel van de Sem is het structureel verminderen van de emissies van broeikasgassen en ammoniak. Een belangrijk neveneffect is ook dat de mestproductie afneemt.

De subsidie is bedoeld voor melkveebedrijven die, gedurende tenminste drie jaar, extensiveren door 10 tot 20% minder melk- en kalfkoeien te houden en bijbehorende fosfaatrechten te laten vervallen.

Na de drie jaren mogen bedrijven weer meer koeien gaan houden of de extensivering (zonder vergoeding) voortzetten. Het is ook mogelijk dat de extensivering een stap is naar bedrijfsbeëindiging.

Hoogte subsidie

De subsidie bestaat uit twee onderdelen:

· Een jaarlijkse vergoeding, gedurende drie jaar, van € 1.606 per melkkoe voor de gemiste inkomsten.

· Een eenmalige vergoeding voor de vervallen fosfaatrechten van € 110 per kg fosfaat.

Bedrijven kunnen subsidie ontvangen voor de afvoer van maximaal 20% van de melk- en kalfkoeien en het laten vervallen van de daarbij behorende fosfaatrechten. De maximale subsidie bedraagt € 400.000 per bedrijf.

De uitbetaling van de subsidie vindt plaats in delen. Een eerste voorschot van 30% wordt binnen acht weken na het vervallen van de fosfaatrechten uitbetaald. Uiterlijk 1 november 2027 en 2028 wordt nogmaals een voorschot overeenkomend met 30% van het totale bedrag uitbetaald. Uiterlijk 16 weken na afloop van de drie jaren wordt de subsidie definitief vastgesteld. Binnen twee weken daarna wordt de laatste 10% uitbetaald.

Het totale budget bedraagt € 615,7 miljoen. Er wordt een afname beoogd van 64.000 melk- en kalfkoeien waardoor naar verwachting 2.700 tot 5.400 bedrijven kunnen deelnemen. Dit komt uit op gemiddeld € 9.620 per koe.

Niet combineren

Bedrijven die extensiveringsmaatregelen (gaan) nemen in het kader van de ‘Subsidie Samenwerking in veenweiden en overgangsgebieden N2000’ kunnen niet ook deelnemen aan de Sem.

Bedrijfsbeëindiging tijdens looptijd

Een bedrijf dat deelneemt aan de Sem kan er ook tijdens de looptijd voor kiezen om het bedrijf te beëindigen. Vanaf dat moment is geen sprake meer van extensivering. De subsidie wordt dan lager vastgesteld dan eerder verleend. Op welke manier het subsidiebedrag in die gevallen wordt herberekend is nog niet duidelijk.

Als een bedrijf wil stoppen tijdens de looptijd van de subsidie is het verstandig om hierover vooraf contact op te nemen met RVO. De eventuele herberekening kan dan bedrijfsspecifiek in beeld worden gebracht.

Voorwaarden

Gedurende de looptijd van de subsidie (drie jaar) zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

· Afname aantal melk- en kalfkoeien.

· Inleveren fosfaatrechten.

· Geen toename overige graasdieren.

· Areaal grasland gelijk aan 2025.


Afname aantal melk- en kalfkoeien

Het gemiddeld aantal melk- en kalfkoeien moet jaarlijks minimaal 10% lager zijn ten opzichte van het referentieaantal. De afname waarvoor een vergoeding geldt is maximaal 20%. Een grotere afname is toegestaan maar hiervoor geldt geen vergoeding.

Referentieaantal

Standaard is het gemiddelde aantal van de aanwezige melk- en kalfkoeien in 2025 het referentieaantal. Echter, om te voorkomen dat veehouders subsidie ontvangen voor eventuele eerdere krimp, wordt het referentieaantal gebaseerd op 1 april 2026 indien het aantal melk- en kalfkoeien op dat moment lager ligt.

Inleveren fosfaatrechten

Het aantal fosfaatrechten dat moet worden ingeleverd is gelijk aan de afname van het aantal stuks melk- en kalfkoeien waarvoor subsidie wordt ontvangen. De fosfaatexcretie per melkkoe wordt gebaseerd op de gemiddelde melkproductie van het bedrijf in 2025. In het formulier kan aangegeven worden hoeveel fosfaatrechten in 2026 nog benut worden. Naar verwachting mogen alle door te halen rechten nog benut worden.

Aankoop/lease rechten toegestaan

Het is toegestaan om gedurende de subsidieperiode fosfaatrechten aan te kopen en te leasen. Hierdoor is het mogelijk om een eventuele melkproductiestijging per melkkoe op te vangen met extra fosfaatrechten. Uiteraard mag het aantal melk- en kalfkoeien gemiddeld niet groter zijn dan het opgegeven aantal.

Geen toename overige graasdieren

Het aantal overige graasdieren (inclusief jongvee) mag op het bedrijf niet toenemen ten opzichte van het gemiddelde aantal van 2025. Dit aantal wordt uitgedrukt in GVE, zie tabel 1. Het is wel toegestaan om te schuiven tussen de diersoorten zolang het totale aantal GVE niet wordt overschreden.



Areaal grasland gelijk aan 2025

De oppervlakte grasland is vanaf 2027 minimaal gelijk aan 2025. Het betreft grasland op landbouwgrond dat bemest mag worden met dierlijke mest. Daarnaast moet het gras bestemd zijn voor ruwvoer en minimaal van 15 mei tot en met 15 september worden geteeld. In feite komt dit overeen met het grasland dat meetelde voor de graslandeis van de derogatie. Uit antwoorden van RVO volgt dat in 2026 niet naar het areaal grasland wordt gekeken. Zodoende komen bedrijven die in 2026 grasland hebben omgezet toch voor subsidie in aanmerking.

Start 3-jaarstermijn en inleveren koeien en rechten

De 3-jaarstermijn waarin geëxtensiveerd moet worden start vanaf het moment dat de fosfaatrechten vervallen. Deze melding moet binnen vier weken na een positieve beslissing zijn gedaan. Binnen deze vier weken moeten ook voldoende koeien zijn afgevoerd waardoor het absolute aantal melk- en kalfkoeien op dat moment gelijk of lager is aan het aantal dat als beoogd gemiddelde is doorgegeven. Ditzelfde geldt voor de overige graasdieren uitgedrukt in GVE.

Projectjaar en kalenderjaar verschillende termijnen

Voor de subsidie mag het gemiddelde aantal melk- en kalfkoeien en GVE, in het ‘projectjaar’ niet hoger zijn dan de opgegeven aantallen. Het projectjaar start vanaf het moment dat de fosfaatrechten zijn vervallen. Daarnaast moet er per kalenderjaar beoordeeld worden of er voldoende fosfaatrechten zijn voor het gemiddeld aantal gehouden dieren per kalenderjaar. Hierdoor kunnen het gemiddeld aantal gehouden dieren per projectjaar en kalenderjaar van elkaar verschillen.


Aanvraag

De aanvraag kan vanaf 1 juni 9.00 uur tot en met 29 juli 17.00 uur worden ingediend via de site van RVO. Volledige aanvragen worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst.

Informatie bij aanvraag

Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden aangeleverd. De meeste gegevens zijn vooraf ingevuld:

  • Contactgegevens van de aanvrager.

  • Het aantal melk- en kalfkoeien gemiddeld over 2025 en op 1 april 2026.

  • Het aantal melk- en kalfkoeien dat gemiddeld na de vermindering zal worden gehouden.

  • Het aantal melk- en kalfkoeien dat na subsidieverlening moet worden afgevoerd om aan het ‘nieuwe’ gemiddelde te voldoen.

  • Het aantal benodigde fosfaatrechten in 2025.

  • De gegevens omtrent het areaal grasland.

  • Het gemiddelde aantal overige graasdieren in 2025 in GVE.


eHerkenning 3

Voor de aanvraag van de Sem is eHerkenning 3 nodig. Dit is een ‘hoger’ niveau dan benodigd voor onder andere de Gecombineerde opgave. Zonder eHerkenning niveau 3 is aanvragen niet mogelijk.


Na de aanvraag

RVO neemt de aanvraag in behandeling en zal, normaal gesproken, binnen acht weken met een verleningsbesluit komen. Binnen vier weken na het verleningsbesluit moet het bedrijf het afgesproken aantal fosfaatrechten laten vervallen. Daarnaast moet, binnen vier weken, ook het benodigde aantal melk- en kalfkoeien zijn afgevoerd.

Meer informatie Zie voor meer informatie de site van RVO.

 



 

Vragen?

Spreek een adviseur