Nieuws

Salaris & HR

Wijzen op vervallen van vakantie-uren

23 mrt 2026

Over dit artikel

De vakantiewetgeving regelt dat werknemers jaarlijks wettelijke vakantie-uren opbouwen. Ze hebben recht op een aantal vakantie-uren dat gelijk is aan viermaal de wekelijkse arbeidsduur.

De vakantiewetgeving regelt dat werknemers jaarlijks wettelijke vakantie-uren opbouwen. Ze hebben recht op een aantal vakantie-uren dat gelijk is aan viermaal de wekelijkse arbeidsduur. Een werknemer die 40 uur per week werkt, bouwt daardoor jaarlijks (40 x 4 =) 160 wettelijke vakantie-uren op. Oftewel: 20 vakantiedagen. Wettelijke vakantie-uren vervallen in principe een halfjaar na het jaar van opbouw (in ieder geval niet eerder).

Werknemers verliezen dus per 1 juli 2026 de resterende wettelijke vakantie-uren waar zij in 2025 recht op kregen. Voor werknemers die niet in staat zijn geweest om vóór de vervaltermijn de vakantie-uren op te nemen, bijvoorbeeld door ziekte, geldt de vervaltermijn van zes maanden niet.
Een werknemer bouwt vaak ook bovenwettelijke vakantie-uren op. Dit is geen wettelijk recht, maar een contractuele afspraak. Hiervoor geldt een verjaartermijn van vijf jaar na het jaar van opbouw.

De werkgever moet werknemers duidelijk laten weten dat hun wettelijke vakantie-uren een halfjaar na het jaar van opbouw vervallen. Daar kun je als werkgever beter niet te lang mee wachten en dus adviseren wij werkgevers om de werknemers minimaal een half jaar voor de vervaltermijn (schriftelijk) te informeren over het vervallen van vakantie-uren.

Let op: voor werkgevers waarbij een cao van toepassing is, kunnen afwijkende afspraken gelden over de opbouw, opname, verval- of verjaringstermijnen van vakantie-uren. Wilt u meer informatie, raadpleeg dan uw cao of neem contact met ons op.

Vragen?

Spreek een adviseur

Over dit artikel

De vakantiewetgeving regelt dat werknemers jaarlijks wettelijke vakantie-uren opbouwen. Ze hebben recht op een aantal vakantie-uren dat gelijk is aan viermaal de wekelijkse arbeidsduur.

De vakantiewetgeving regelt dat werknemers jaarlijks wettelijke vakantie-uren opbouwen. Ze hebben recht op een aantal vakantie-uren dat gelijk is aan viermaal de wekelijkse arbeidsduur. Een werknemer die 40 uur per week werkt, bouwt daardoor jaarlijks (40 x 4 =) 160 wettelijke vakantie-uren op. Oftewel: 20 vakantiedagen. Wettelijke vakantie-uren vervallen in principe een halfjaar na het jaar van opbouw (in ieder geval niet eerder).

Werknemers verliezen dus per 1 juli 2026 de resterende wettelijke vakantie-uren waar zij in 2025 recht op kregen. Voor werknemers die niet in staat zijn geweest om vóór de vervaltermijn de vakantie-uren op te nemen, bijvoorbeeld door ziekte, geldt de vervaltermijn van zes maanden niet.
Een werknemer bouwt vaak ook bovenwettelijke vakantie-uren op. Dit is geen wettelijk recht, maar een contractuele afspraak. Hiervoor geldt een verjaartermijn van vijf jaar na het jaar van opbouw.

De werkgever moet werknemers duidelijk laten weten dat hun wettelijke vakantie-uren een halfjaar na het jaar van opbouw vervallen. Daar kun je als werkgever beter niet te lang mee wachten en dus adviseren wij werkgevers om de werknemers minimaal een half jaar voor de vervaltermijn (schriftelijk) te informeren over het vervallen van vakantie-uren.

Let op: voor werkgevers waarbij een cao van toepassing is, kunnen afwijkende afspraken gelden over de opbouw, opname, verval- of verjaringstermijnen van vakantie-uren. Wilt u meer informatie, raadpleeg dan uw cao of neem contact met ons op.

Vragen?

Spreek een adviseur