Over dit artikel
Korte nieuwsberichten voor u op een rij gezet.
Nieuw rekeningnummer Belastingdienst en Dienst Toeslagen
De Belastingdienst en de Dienst Toeslagen stappen per 1 mei 2026 over van ING naar Rabobank. Tot 1 mei 2026 verandert er nog niets, maar vanaf 1 mei 2026 wijzigt het rekeningnummer. Dit rekeningnummer zal dan gepubliceerd worden op de website van de Belastingdienst en wordt vermeld in brieven en op belastingaanslagen. Houd vanaf 1 mei 2026 daarom rekening met een nieuw rekeningnummer bij het overboeken van uw belastingen.
Overdrachtsbelasting: drie tarieven en hogere startersvrijstelling in 2026
De overdrachtsbelasting kent vanaf 2026 drie in plaats van twee tarieven. Bij de overdracht van een woning die een koper zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, geldt in 2026, net als in 2025, een tarief van 2%. De verkrijging van alle overige woningen gaat in 2026 tegen een tarief van 8% (in 2025 nog 10,4%).
Voor de verkrijging van overig onroerend goed blijft het overdrachtsbelastingtarief in 2026, net als in 2025, 10,4%.
De startersvrijstelling geldt in 2026 tot een marktwaarde van € 555.000 (2025: € 525.000). In 2027 ligt deze grens op € 615.000.
Box 3: percentages, vrijstellingen en bedragen 2026
Het forfaitaire rendementspercentage is voor 2026 voor bank- en spaartegoeden voorlopig vastgesteld op 1,28%, voor schulden voorlopig op 2,70% en voor overige bezittingen definitief op 6,00%. Bij het opleggen van de voorlopige aanslagen IB 2026 wordt met deze percentages gerekend.
De definitieve percentages voor bank- en spaartegoeden en schulden worden begin 2027 vastgesteld. Het heffingsvrije vermogen bedraagt in 2026 € 59.357 (€ 118.714 voor fiscale partners gezamenlijk) en de vrijstelling voor contant geld € 672 (€ 1.344 voor fiscale partners gezamenlijk). De schuldendrempel is met € 3.800 (€ 7.600 voor fiscale partners gezamenlijk) in 2026 gelijk aan 2025.
De vrijstelling voor groene beleggingen is in 2026 met € 26.715 (€ 53.430 voor fiscale partners gezamenlijk) net iets hoger dan in 2025. Het tarief in box 3 is in 2026 net als in 2025 36%. Als uw werkelijke rendement in 2026 lager is dan het forfaitaire rendement, kunt u ook in 2026 een beroep doen op de tegenbewijsregeling. U betaalt dan geen belasting in box 3 over het forfaitaire rendement, maar over uw werkelijke rendement.
Vanaf 1 juli 2026 € 3 vast douanerecht op invoer tot € 150
Op invoer in de EU van kleine pakketten met een waarde tot € 150 wordt vanaf 1 juli 2026 een vast douanerecht van € 3 per product geheven. Voor pakketten vanaf € 150 gelden al douanerechten. Het vaste douanerecht gaat gelden per productgroep. Als een pakket drie verschillende producten bevat, is vanaf 1 juli 2026 dus 3 keer € 3 vast douanerecht verschuldigd.
De heffing van € 3 douanerecht betreft een tijdelijke oplossing tot 2028. Er ligt ook een voorstel om, naast het vast douanerecht, nog een heffing in te voeren van € 2 voor administratiekosten. Het kabinet overwoog om dit in Nederland eerder in te voeren dan november 2026, maar de besluitvorming hierover is per 13 januari 2026 tot nader order uitgesteld.
Lagere bijtelling privégebruik woning ondernemer in 2026
Voor de woning die als ondernemingsvermogen is geëtiketteerd, moet jaarlijks een bedrag voor privégebruik bij de winst geteld worden. De hoogte van dit bedrag betreft een percentage van de WOZ-waarde. Deze percentages zijn in 2026 lager dan in 2025.
Alleen de percentages voor een WOZ-waarde tot en met € 12.500 en voor een WOZ-waarde hoger dan € 1.350.000 zijn gelijk gebleven. De villabelasting is de belastingheffing over de WOZ-waarde boven een bepaald bedrag. Over die waarde bedraagt het percentage van de bijtelling 2,35%. In 2025 startte dit hogere percentage bij een WOZ-waarde boven de € 1.330.000.
In 2026 geldt een hoger startpunt en bedraagt de bijtelling 2,35% voor de waarde boven de € 1.350.000. Over de vraag of de villabelasting mogelijk in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of Europees recht oordeelde een gerechtshof dat dit niet het geval is. De Hoge Raad moet nog over deze vraag oordelen.
Wanneer is kwijtschelding voor erfgenamen mogelijk?
Als er voldoende financiële draagkracht is, krijgt een erfgenaam geen kwijtschelding voor de belastingschulden van de overledene. Bent u partner van de overledene (u was getrouwd of geregistreerd partner), dan tellen voor de beoordelen van de financiële draagkracht ook uw eigen financiële omstandigheden mee.
Bent u echter alleen erfgenaam en geen partner van de overledene? Dan kijkt de Belastingdienst niet naar uw eigen financiële omstandigheden, maar vooral of de belastingschuld (deels) uit de erfenis betaald kan worden.
U kunt overigens alleen kwijtschelding krijgen als u daarom verzoekt. Dit doet u met een door de Belastingdienst beschikbaar gesteld formulier.






